Vrijdag 21 maart vertrekken Bruno en ik naar Ecuador. 7 maand eerder hadden we met Bert en Katrien afgesproken elkaar te treffen in Ecuador, op hun trektocht doorheen Latijns-Amerika. 7 maand, 3 treinen, 4 luchthavens, 1 taxi en bus later, heet Bert ons hartelijk welkom op de bushalte in Ottavalo, of all places. Twee bussen verder stappen we af in het gehucht Zuleta, en wandelen ’s nachts tussen de vuurvliegjes door over de oprit van “Haciënda Zuleta”, tot aan de centrale woonst van deze herenboerderij. Daar wacht ook Katrien ons op, in een prachtig salon aan een haardvuurtje. Een welkom in stijl! Even later kruipen we in een pick-up die ons 6 km verder (nog steeds op het erfgoed) afdropt aan de ‘Molino’, waar los voluntarios verblijven. Ondanks de 31 uur onafgebroken reizen, lukt het slapen maar half op 2.800m hoogte. Absurd-magische dromen spoken door mijn kop, slechts een voorsmaakje? We ontbijten met zicht op een waterval en een vallei die zo lijkt weggelopen uit Jurassic Park, het territorium van puma’s en ‘brilberen’. Na het ontbijt wandelen we de weg terug van de Molino naar het centrale huis. Niet enkel de hoogte brengt ons bij elke stap buiten adem, de heuvels en rivieren zijn haast zo losgeslagen uit ‘The Shire’ uit Lord of the Rings. Wanneer we in het salon zitten, kiezen we uit de paardencatalogus het paard uit waar we die middag mee willen rijden. In het familiefotoboek staat een foto met Richard Nixon. De familie blijkt reeds twee Ecuadoriaanse presidenten te hebben geleverd. Hier doen ‘los voluntarios’ dus aan “vrijwilligers”-werk. Woorden verliezen hun betekenis in dit magische land! De volgende dag helpen we bij het ‘werk’. We trekken het dorp in om ‘propaganda’ te maken voor de quiz van morgen, ‘con gran presios’, ter promotie bij de jongeren van de bibliotheek van de haciënda. De lokale klein mannen vergapen zich op de blonde kop van Bruno, voorgesteld als ‘el representatio del dio’. De volgende dag wandelen we naar de condorkooi, langsheen met gras bedekte eeuwenoude Inca-pyramides. Twee van die aaseeters moeten blijkbaar enkele kalende landingsstroken hebben gespot, want ze landen op nog geen 5 meter van ons. Op deze heuvelflank is de tijd geen 6 uur achter op België, maar 500 jaar. Terwijl ik lig te pitten in het gras, neemt de evenaarszon – pal op de middag en op 3000m hoogte – mijn pigmentreageercapaciteit een eerste maal genadeloos te grazen … zon heet als lava. We bezoeken ook de kaasfabriek van de haciënda, de barometer van de economie: hoe beter de economie draait, hoe ouder de kaas die gekocht wordt. Ecuador is een beetje het België van Latijns-Amerika. Het ontstond in 1830, is het meest dichtbevolkte land van Latijns-Amerika, kent spanningen tussen zuid (Guayaquil) en noord (Quito) en een torenhoge staatsschuld. De ‘panama-hoed’ is oorspronkelijk uit Ecuador, net als ‘French fries’ eigenlijk Belgisch zijn … maar daar stopt het ook.

’s Avonds is het tijd voor de quiz, een voltreffer. De 60 kinderen kunnen niet allemaal binnen. Een biblioteca vol nieuwsgierigheid. Bruno en ik worden bij de jongste groep ingedeeld. Katrien stelt voor de groep ‘los tomatos’ te noemen. De 6-jarigen beslissen dat het ‘los monos’ (de apen …) wordt … De eigenaar van de haciënda is dermate opgetogen met de opkomst (en de cote d’or chocolade) dat we de komende morgen een extra paardtocht cadeau krijgen. Al galoperend jagen we een kudde schapen rondom een grasgroene Inca-pyramide. Hierbij enthousiast geholpen door onze trouwe wandelgezel, ‘Fito’, een Deense dog met hyena-huid, ‘el mejor amigo del hombre’. We zijn even zelf de luxe-paarden. Only in Zuleta! ’s Middags kookt de kok José Maria het galgenmaal voor ‘Los Voluntarios’ (Bert is 4 kg bijgekomen na 3 weken vrijwilligerswerk). Ze nemen afscheid van de haciënda en haar bewoners, van de bibliotheek met daarvoor de buste van één van de twee presidenten die het gehucht reeds voortbracht. Wie weet, helpt de bibliotheek om ooit nog een president voort te brengen. In de bus rust op de schouders van los voluntarios reeds de klauw van de heimwee naar een zoveelste verloren thuis. En toch, de baan waarlangs we wegrijden, luidt ‘avenida retorno’. Wie waagt zich aan voorspellingen op dit magisch continent met haar 1000’en chaotische kleuren, even veel welluidende fruitsoorten, smerige ziektes en territoriumdriftige honden uit de film ‘amores perros’? In de bus naar de hoofdstad Quito testen de onvermijdelijke Jackie Chan films onze zenuwen voor een zoveelste maal. In Quito checken we in in een youthhostel gelegen in de wijk ‘gringolandia’. De volgende dag vernemen los voluntarios van het ministerie van migratie dat ze door hun eerdere perikelen bij het oversteken van de grens tussen Peru en Ecuador geen visum kunnen krijgen voor hun latere reis naar Cuba. Ze zijn immers ‘illegaal in het land’. Van los voluntarios naar ‘los illegalos’. Reizen binnen Ecuador kan wel. Ondertussen bezoeken Bruno en ik het ‘centro historico’, UNESCO werelderfgoed. Op de ‘plaza del independiente’, het politieke episch centrum, is een betoging gaande tegen de enige resterende “rechtse zakken” van Amerika: Bush en Uribe. Ook Ecuador heeft een lange geschiedenis van politieke vulkaanuitbarstingen en tilt slaande politieke seismografen: hasta la révolucion! We beklimmen de heuvel van waarop de ‘Viergen de Quito’ boven de stad uittorent als het Jezusbeeld in buenos aires. Van hieruit is de hele stad precies een rivier aan beton die zich langsheen de bergvallei naar beneden stort. De volgende dag vliegen we naar Galapagos, met tussenstop in Guayaquil. De economische hoofdstad is het centrum van de bananen- en koffieteelt. Nochtans is er in heel Ecuador geen deftige kop koffie te krijgen. Alles wordt naar het Westen geëxporteerd. Alle haaienvinnen (jacht recent heropend) gaan naar het oosten. Een stad van ruimtelijke chaos, zonder vuilbak of roetfilter, energieverslindend, de natuur versmachtend, de grond uitputtend. Een ecologische hold-up.

Enkele uren later landen we 1000 km verder en 3000 m lager op de galapagos eilanden. Van de politieke en economische révolucions op het vasteland, naar het eiland van de evolutie-leer. Van de lineaire vooruitgang, naar de cyclische voortplanting. Van een poging om 6 uur achterstand op Europa goed te maken, naar een plek waar de tijd stilstaat. Van de grote veranderingen naar het belang van het detail. Een vink die van eiland verhuist, maar niet het juiste deuntje fluit, vindt geen partner. Van het vliegtuig stappen we op het schip Santa Cruz. “This is not a cruise, but an expedition” staat er bij het binnenkomen, juist ja. Gelukkig hebben Bert en Katrien 60% korting versierd voor deze ‘expeditie’. Slechts 3% van de archipel is toegankelijk, de rest is beschermd, ongerept. Wanneer we aanmeren, liggen de pelikanen languit op het strand te slapen, zich geen fluit aantrekkend van de bezoekers. De dieren op Galapagos kennen amper natuurlijke roofdieren, inclusief de mens. Alle dieren zijn ongelooflijk tam. Dit zijn eilanden zonder vrees. Zo zien we tijdens het snorkelen vlakbij een ‘white tipped reef shark’ passeren. Even later kijkt een babyzeehond door de duikbril heen ons even recht in de ogen. Op het land werpen de duizenden leguanen een blik vanuit de prehistorie op ons, net levende lava. Terwijl ze tussen onze benen door passeren, spuwen ze er vrolijk op los. Eindelijk weten we waarom in Latijns-Amerika publiek spuwen een nationale sport is. Luidop boeren daarentegen is volkomen ‘not done’ … Honderd dolfijnen begeleiden de boot tussen de lage, groene eilanden door. Galapagos is een vulkanische ‘hotspot’, één van de meest onrustige plekken ter wereld. Bovengronds heerst echter de totale rust. Bij het snorkelen passeren de reuzenschildpadden amper 1 meter onder ons door. We zwemmen – of eerder zweven – een kwartiertje rustig mee met de 150 jaar oude dieren. ‘De tijd liet ons los en liep ijlings heen’ … only on Galapagos! Het scenario en de scenery van de serie ‘Lost’ moet hier bedacht zijn. Robinson Crusoë is er al vast op gebaseerd.

Na 4 dagen zit de expeditie er op. We blijven nog twee dagen op de archipel, in het dorpje Santa Cruz. We trekken naar het ongerepte strand ‘bahia tortuga’, waar geen enkele bescherming tegen de zon blijkt te zijn. Een ingenieuze constructie met surfborden en handdoeken waar elke scout jaloers op zou zijn, zorgt er voor dat de zon ons niet als hete lave wegbrandt. Maar de beloning is er naar: surfen tussen de voorbijsuizende pelikanen , only on … !

Na in totaal een kleine week verlaten we dit schoonheidsvlekje op het gelaat van de Stille oceaan, om terug te keren naar het vasteland: de wereld van glimmende haargel en dito autovelgen. Van straten genaamd naar data van revoluties ‘… de 25 diciembre’. Van de rust van Galapagos naar een stad vol latina/o’s die beweren dat ze even veel hete passie in zich hebben als de ondergrond. In mijn ogen zijn ze vooral klein. Misschien verklaart dat waarom ze achter elk substantief het obligate verkleinwoord “-ito” aan zwieren.

We nemen tijdelijk afscheid van Bert en Katrien. Zij moeten terug naar de grens met Peru om hun paspoortproblemen te ‘regulariseren’. Bruno en ik stoppen kort in Quito en vertrekken dan naar Banos ‘de agua santa’. Gekend voor haar thermische baden, aan de voet van een actieve vulkaan. Eenmaal in de hostal blijkt dat Bruno op de bus bestolen is. Gelukkig is niets waardevols weg, tenzij ons laatste uurwerk. De tijd laat ons nu echt los. De volgende dag komen ook Bert en Katrien aan in Banos. 37 uur bus, 5 anti-narcotica controles en uren onderhandelen aan de enige grenspost waar het niet mis meer kon gaan later, zijn ‘los illegalos’ eindelijk opnieuw ‘los voluntarios’. Banos blijkt net iets minder ‘vibrating’ dan de vulkaan zelf. Maar de thermische baden, pingpongen met een local en heel veel kleurenwiezen helpen de tijd definitief te doden. Niet enkel de locals, maar ook de lokale vulkaan spuwt de hele dag door, pikzwarte wolken de atmosfeer in. Dit ‘stof’ wordt wel opgekuist. De dag van Parijs-Roubaix zelf vatten we onze eigen ‘hel van de evenaar’ aan. Wanneer de hemelsluizen opengaan, maken we echter al snel een einde aan de fietstocht. Na vier dagen Banos, vatten we de terugtocht aan. Ondertussen hebben we geleerd uit de busdiefstal bij de heenrit. Weer hetzelfde ritueel: spontaan rugzakjes in het vakje willen leggen, doen alsof je misselijk wordt (met kotszakje) om de aandacht af te leiden, twee broeken boven elkaar aanhebben (om bij een achtervolging één uit te spelen en in de massa te verdwijnen), vragen hoe laat het is … met alle latino’s, maar niet meer met de gringo’s.

In Quito nemen we afscheid van Katrien en Bert. 30 uur later staan we terug in Zaventem. Het is ondertussen de vijfde exotische reis in in vijf jaar tijd die we met dezelfde bende maken. Elke reis blijft een geschenk … muchas gracias voluntarios!

Print Print

Geef een reactie




No comments yet.

About

Over deze Blog

We mogen hierbij niet enkel naar de dingen kijken zoals ze zijn en ons afvragen: waarom? Het is hoog tijd om nieuwe ideeen te lanceren en ons af te vragen: waarom niet?

Peter’s Twitter
 
RSS