Zondagavond 26 augustus keerden Bruno, Bram, Jan en ikzelf terug van een ‘short-surf’ vakantie van 9 dagen in Frankrijk. Omdat niemand van ons beschikte over de ultieme surfmobiel, een 40 jaar oude Volkswagen Transporter in sixties-kleuren met een bloem op de capot, besloten we maar een mobilhome te huren. Vrijdagavond pikten we de onze op, een Fiat “Sharky” met interieur in fifties-kleuren. De “sharky-riders” zijn geboren. Na de uitleg over het uithalen en reinigen van de toiletbox, besluiten we het ‘last in – first out’ principe toe te passen. Afhankelijk van wie rijdt, blijkt rechtstaan in de mobilhome een eerste oefening in rechtstaan op een surfplank. Maar dat belet ons niet om vrijdagnacht al etend, lezend, slapend en rijdend in één trek van het mondaine Lauwe naar het uiterste zuiden van Frankrijk aan de Atlantische oceaan te trekken. Naar een stadje met de welluidende naam Biarritz, dé surfspot van Europa. De smalle straten van Biarritz zijn niet echt voorzien op mobilhomes, maar dankzij onze uitstekende rijstijl klapten we slechts één dichtgeklapte achteruitkijkspiegel van een verkeerd geparkeerde auto verder dicht. Bij het zoeken naar parkeer-en campingplaats blijkt al snel dat ‘cheapo’s’ in mobilhomes niet zo welkom zijn in het blitse Biarritz.

 

Cheap is nochtans een woord dat we op vakantie niet kennen, tenzij voor surflessen en mojito’s. Zaterdag trakteren we onszelf dan ook op een surfboard (een “Mini-Malibu”) en een wetsuit. Op het strand Ilbarritz hijsen we ons voor het eerst in onze wetsuits, waxen de planken met “sex-wax” (het bekendste merk, te verkrijgen met verschillende parfumgeuren. De mijne blijkt naar ‘orange’ te geuren …). Het gevecht met de oceaan kan beginnen, aanvankelijk winnen de golven de strijd, delen ons regelmatig een oorveeg uit en doen ons geuten zout water slikken.

 

Ik wou altijd al een surfboard. Er kleeft niet enkel sex-wax aan, maar vooral ook prachtige herinneringen en het ruikt naar vroegere reizen. Le souvenir d’un bonheur est déjà un bonheur. Ik temde mijn eerste golf in de zomer van 2001 in Zuid-Afrika (Jeffrey’s Bay). Toen had ‘sharky-rider’ een iets meer letterlijke betekenis. Die eerste golf is sindsdien niet meer stilgevallen en ik ben er – wanneer ik maar kon – opnieuw op gesprongen. Surfen is als skiën, één shot en je bent verslaafd.

 

Na twee dagen surfen in Biarritz, checkten we dinsdag – als echte lowlife surfdudes – op de laptop wireless de weersvoorspelling: één langgerekt regengordijn. In Bretagne bleek de zon de komende dagen wel te schijnen. De temperatuur die we een stuk noordelijker in de oceaan zouden verliezen, winnen we zo terug op het droge. Bretoenen leefden naar verluid “avec le dos vers la mer”. Niet echt wat wij van plan zijn. Magicseaweed.com voorspelt uitstekende golven in Pointe de la Torche, de Guide du Routard heeft het over “où les vagues peuvent êre extrêmement dangeureuses” . Helemaal iets voor ons, ook al is het mijn droom om in Bretagne op de zee aan de Mont Saint-Michel te surfen, ‘aanstormend als een paard”. We waren verkocht, draaiden de sleutel van de mobilhome om en waren vertrokken richting Bretagne, direction soleil. Om middernacht overnachten we op een parking in Quimpérée (Bretagne). Woensdagmorgen stonden we in het piepkleine La Torche, waar de ‘Rosse van Ro’ prompt werd omgedoopt in ‘le roux de la Torche’.

 

Surfers zijn net albatrossen, sierlijk boven de oceaan, hulpeloos op land. Pas op de oceaan worden ze actief, alert, één met hun omgeving. Dobberend tussen de meeuwen, als een druppel in de zee, uitzonderlijk surfend met dolfijnen, op zoek naar de polsslag van de oceaan, schijnbaar moeiteloos glijdend, zwevend en duikend. Op land lijken ze zich niet te willen aanpassen aan de omgeving, zijn ze wat afzijdig, ongeïnteresseerd, lui zelfs, met mutsen aan in de zomer en kleren in schreeuwerige kleuren. Surfers zelf bekijken het anders. Ze zijn vrij, gaan “là où la vie mène, là où nos pieds traînent”. De camping-car vestrekt deze ‘surfersattitude’. Degene van wie ik mijn eerste surfles kreeg in J-Bay 6 jaar geleden beschouwde surfen zelfs letterlijk als het sluitstuk van zijn bedevaart. Voor sommigen is surfen ‘a way of life’. Een boudhistische levenshouding, op zoek naar de ‘eeuwige golf’. You don’t know yourself until you’ve been on a wave.

 

We maten ons dan ook een surfersattitude aan, op het cheapo-gedrag na, natuurlijk. Ons reislied: “Relax, take it ea-ea-easy, …”, naast de onvermijdelijke hit van Jo Harris “drink rode wijn, dan vergeet je al je zorgen, …”. De reden is niet ver te zoeken. Surfen is als het temmen van een weerbarstig paard dat zich plots toch gewonnen geeft en gewillig laat leiden. Het is een vorm van judo waarbij de kracht van de golf jouw kracht moet worden. Wie drie uur per dag in een catchwedstrijd is verwikkeld met de zee, voelt de energie zo uit zich wegstromen. Onze dagindeling zag er dan ook al snel als volgt uit. Opstaan om 10h30, overvloedig ontbijten, tegen 12h30 een eerste golfke pakken. Om 14h00 uit het water en op het gemak het zout afspoelen onder de douche. Surfers hebben de kwalijke reputatie op hun “great body” een “air head” te hebben staan. Daarom lazen we rond 14h30 een boekske op het strand, onder de CVP-parasol (een collector’s-item!). Om 15h00 wat beach-volleyballen. 16h00: Bretoense crêpes eten. Om 17h00 terug het water in. Daarna uitgebreid douchen, restaurantje en pintje. We slagen er maar net in niet met overgewicht terug thuis te komen. Wanneer we weer te laat aankomen op de camping en de plichtsbewuste campingwachter trippend op XTC – bijgenaamd ‘high-lander’ – weer laat weten dat we niet meer binnen mogen en op de “parking extérieur” moeten gaan staan (“rapidement”) beseffen we opnieuw wat de voordelen van een camping-car zijn. Nog een laatste pintje en pitten. De cirkel is rond. “La douce France” in haar ware betekenis. Moet er nog zand zijn?

 

Na 4 dagen keren we zondagnacht terug naar België. Gepekeld door het zout, bruingebraden door de zon en gespierd door de surf, komen we aan in een letterlijk en figuurlijk in mist gehuld België. We kuisen onze borden en zetten ze in de garage van Bruno in Lauwe. Ik moet er nog een naam op tatoeëren … ‘sharky’? De volgende keer dat we ze uithalen, zal er in ieder geval een uitstekende herinnering meer aan kleven. At least I can say, I’ve surfed.

Print Print

Geef een reactie




No comments yet.

About

Over deze Blog

We mogen hierbij niet enkel naar de dingen kijken zoals ze zijn en ons afvragen: waarom? Het is hoog tijd om nieuwe ideeen te lanceren en ons af te vragen: waarom niet?

Peter’s Twitter
 
RSS