Hallo,

Ik ben net een week terug van een reisje met Bert, Bram, Jochen en Bruno door Sri Lanka, letterlijk vertaald, Het Heilige Eiland, onder de globetrotters beter gekend als het ‘India for softies’. We hielden er gedurende drie weken een allesbehalve buddhistische levensstijl van onthechting op na. We leefden daarenboven niet enkel bandeloos, maar tevens wetteloos, we kregen een verkeersboete aangenaaid en ontwijdden drie heiligdommen. Door deze lage moraal en dito prijzen, waanden we ons een God in Frankrijk, of beter een ‘koloniaal van voor den oorlog’. Dichter bij het Nirvana van de levensgenieter zullen we nooit meer komen. Een vermelding in de lonely planet bij een guesthouse in de trand van ‘food is our specialty’ maakte een aantal splijtende de keuzes plots veel eenvoudiger. Als wedergeboorte één van ons 5 zijn, dat moet de droom van menig magere Srilankaan zijn, en terecht.

Daarnaast waanden we ons tevens een beetje de voetbal-god, Beckham. De 5 blanke adonissen die we zijn, stalen meer verlegen glimlachen van lokale deernes in één maand dan in de 22-23 jaar dat we al op deze planeet rondlopen. Boyzone was er niets bij, the backstreet boys kwamen in de buurt. Maar zo gul als ze waren in het lachen, zo schuw waren ze voor de rest … Sommigen van ons stalen echter niet enkel vrouwelijke glimlachen, ‘ …, what a beautiful name.’ en later nog ‘do you cycle? No, Why? Cause your tommy is so flat’, zorgden voor de nodige hilariteit. Over de massagebeurt en de simultane presentatie van een olie die ‘je 2 maal daags op de penis moet inmasseren’, een ‘natuurlijk’ viagra, doen we zedelijk het zwijgen toe. Een gebrek aan aandacht hebben we dus niet gekend, het enige dat nog mankeerde was iemand die tijdens het aangapen tegen een muur aanrijdt. Maar niet alles was rozegeur en maneschijn. In Sri Lanka moet men het woord amusement en humor nog uitvinden, laat staan het nachtleven. Indiërs zijn niet voor niets de beste slaven uit de gehele wereldgeschiedenis. De humor en spraakwatervallen die ik in Afrika tegenkwam, zijn hier een rariteit. Gebreken die ons geheel vreemd zijn, althans nadat we terug op krachten waren gekomen. We landden immers op 6 augustus in de hoofdstad Colombo totaal leeggelepeld door examens, feestjes, city-trips, promoties en jetlag. ‘Bring us to the nearest best beach’ was zowat het eerste dat een Srilankaan van ons te horen kreeg.

De trend voor de volgende drieeneenhalve week was gezet. Die eerste srilankaan was een taxichauffeur, zijn naam: Lali. Iemand waarvan wij zouden zeggen ‘ne goeie jongen’, maar meer ook niet. Lali zette de toon voor de rest van onze ontmoetingen met de ‘locals’: uiterst vriendelijk, maar opvallend volgzaam en weinig ‘creatief’. Als ik u zeg dat we fotografeerden hoe op een menu in drie opeenvolgende zinnen het woord ‘chicken’ op drie verschillende wijzen werd gespeld, ben ik nog braaf voor de gemiddelde Srilankaan, want we kregen zelfs een rekening terug met het wisselgeld aan de rekening vastgeniet. Als je hen zou zeggen ‘hier, one dollar en kruipt den hoogsten boom in’ ze deden het. Dit laatste werd ons zelfs spontaan voorgesteld. Maar onze eerste indruk van Sri Lanka was er toch één van claquesonerende driewielers: ‘tuktuk’s’, gandhi-brilletjes, paraplus tegen de zon met daaronder een verlegen glimlach, vlekkeloze hemden, kleurrijke saries, en opmerkingen in de trant van ‘zijn die fietsen hier zo groot of de fietsers zo klein’.

Nadat we aan de Zuidkust een dag op krachten kwamen door op een haast boeddhistische wijze 24u niet van onze stoel in de bar op te staan, trokken we verder door naar het oosten.  Ondertussen had ons lichaam ook de kans gekregen om zich aan te passen aan de hitte. De gevreesde tourista werd snel bedwongen door het optrekken van een ‘cordon sanitaire’ rond de plaatselijke keuken, ‘rice and curry’, hetgeen bij het serveren al eens een beerlucht durft verspreiden. Toch slaagde één van ons 5 erin het epitheton ‘chemical’ te verwerven, zijn naam begint met een B … Dé ontgoocheling van de reis viel echter reeds in de eerste week. Het festival in Kataragama waar drie godsdiensten vredevol met elkaar de ‘volle maan’ vieren (niet echt Jeruzalem dus) en men even vredevol over hete kolen loopt en zichzelf aan vleeshaken hangt, bleek niet in juli, maar in augustus door te gaan. Het gevolg was dat we na drie weken toch niet erg onder de indruk waren van de (hedendaagse) oosterse cultuur. Blijkbaar is de enige plek waar nog in alle authenticiteit het boeddhisme wordt beleefd enkel boven de 5.000m in de Himalaya te vinden. Maar we hadden ook geluk, op safari.

Het park zelf stelde niets voor, maar we zagen zowaar één van de zeer weinige luipaarden en konden zelfs een halfuurtje een zwarte beer met puppy op de rug van vlakbij bewonderen. Volgens onze jeepdriver puur geluk, waarna hij nogmaals trok aan zijn enorme joint. Na een goeie week trokken we verder naar het noorden in eivolle bussen die soms moesten stoppen voor uit de jungle opdoemende olifanten. We hadden ons voorgenomen surfdude te worden aan het strand van Arugam-bay. We vonden er dé guesthouse van Sri Lanka en ver daarbuiten: bar tussen de boomtoppen, cabane op het strand, pooltafel, surfbord valkbij, goed eten. Een korte beschrijving van één van de betere dagen. Wakker worden door binnenvallend zonlicht en bulderende golven, milkshakes als ontbijt, kwatten voor 3€ per uur, met een tuktuk leren rijden, wat golven bereden op de surfplank aan Crock Rock, een menukaart waarop alles betaalbaar is, de Matrix Reloaded (!) gezien, … Een boeddhist zou zeggen dat we daar dicht het nirvana benaderden door het bereiken van een maximale kalmte van geest. We ons voelden ook wel een beetje als een ‘druppel in de oceaan’. Maar van de boeddhistische onthechting hebben we niet al te veel begrepen.

Na Arugam Bay trokken we naar de ‘hill country’ met de trein door de theeplantages. Tegen onze gewoonte en aard in stonden we de volgende nacht op om 3u ’s morgens om de Heilige Berg, Adams Peak te beklimmen. Een bloedzuiger probeerde mijn bloeddoorlopen beenhuid te bereiken, maar tevergeefs, het beestje werd ontdekt nog voor het stikte in mijn beenhaar. Maar twee van ons vijf hadden met een beest in hun maag af te rekenen. De banaan en stukje chocolade als ontbijt waren ondertussen banana split geworden en wilden absoluut terug de wijde wereld in langs de weg waarlangs ze die een uur tevoren hadden verlaten. Toch waren we op tijd op de top om een bijzonder geslaagde zonopgang te zien en onszelf te vereeuwigen op de gevoelige plaat in wat echt wel tijdloze foto’s zijn.

Opnieuw, Beckham is er niets bij. Op dat ogenblik hadden we het ‘hoogtepunt’ van de reis bereikt. Enkele dagen later moest één van ons, Bert, zoals gepland, een weekje eerder terug naar huis. In ware Big Brother stijl namen wij in het holst van de nacht van hem afscheid. De resterende vier musketiers trokken verder naar het noorden naar wat moest doorgaan als de ‘culturele driehoek’. Omwille van het gebrek aan cultuur maakten wij er een culturele streep van naar het volgende strand van, midden in het territorium van de plaatselijke terroristen alias vrijheidsstrijders aka de Tamil Tijgers. Gelukkig is er reeds een goeie twee jaar een wapenstilstand, maar nog geen vredesakkoord, de Tijgers kunnen altijd terug beginnen klauwen. Dat er wel degelijk nog een zeker racisme sluimert, konden we vaststellen toen we een boete kregen omdat we met 4 ipv met 3 in een tuktuk zaten. Terwijl wij de volle 1.5 € boete neertelden, stopte aan de andere kant een tuktuk met 5 man in, maar die chauffeur was geen Tamil, dus geen boete voor hen. ‘alleen kalmte kan u redden’ schreef Boeddha voor …  Verder gingen we nog snorkelen, vissen met de vislijn in onze blote handen net zoals in Hemingways ‘de Oude Man en de Zee’ en hielde we ons onledig door Srilankanen die voor het eerst de zee zagen de Indische Oceaan in te kijlen. Na een dikke drie weken verlieten we opnieuw Luilekkerland of het ‘India for softies’ om in een even broeierig Vlaanderen te landen, de Lokerse feesten mochten immers niet aan ons voorbijgaan, de Gentse hadden we immers reeds gemist samen met de meest boeiende Tour in decennia.

Voila, drie weken in a nutshell, cya, P

Print Print

Geef een reactie




Reageren?

About

Over deze Blog

We mogen hierbij niet enkel naar de dingen kijken zoals ze zijn en ons afvragen: waarom? Het is hoog tijd om nieuwe ideeen te lanceren en ons af te vragen: waarom niet?

Peter’s Twitter
 
RSS