Polen – Hongarije (Budapest) – Kroatië: augustus 2004

Sinds zaterdag ben ik terug van een reis die ik samen met drie maten, Bert, Jochen en Bruno, maakte doorheen Polen, Hongarije, Kroatië en heel even ook Italië. Drie weken geleden vertrokken we in Charleroi en kwamen twee uur later aan in Warshau, hopend dat we in Polen dat de graanschuur en groene long van Europa is, bulkt van cultuur en de heimat is van talloze nobelprijswinnaars, de ideale plek voor onze zoektocht naar avontuur, lyriek en tragiek gevonden te hebben. Warschau verschilt echter haast niet van om het even welke west-europese stad, zelfs in die mate dat het één van ons na een dik uur op Poolse bodem al de uitspraak ontlokte “dat het wagenpark hier zozeer op het onze lijkt dat het wel eens best onze wagens zouden kunnen zijn”. 
Even later bleek zelfs dat het woord “links” niet in ons woordenboekje Pools-Nederlands stond … geschrapt? Maar de Polen bleken al snel slechter Engels te spreken als wij Pools, dus blijkbaar toch niet zo op het westen gericht? Maar toch, als we vroegen hoe we konden te weten komen waar we die avond konden feesten, kregen we het blaadje “Activist” onder de neus geschoven, een woord dat 15 jaar geleden waarschijnlijk een iets andere bijklank had. De Activist bleek echter een eerder lijvig blaadje te zijn en dus nam het aantal raakpunten tussen ons en de plaatselijke bevolking weer toe. En het werd nog beter, water in het Pools is “voda”, de stap naar wodka is klein en zeker geen toeval … Poolse koffie = koffie met alcohol. Een belg die (om uiterst dubieuze redenen) naar Polen emigreerde, vertelde ons dat op het platteland er de mannen weinig werken, veel wodka dinrken en na het uittrekken van hun T-shirt, met de blote knokkels streetfighten om daarna weer broederlijk de fles wodka definitief uit te kuisen. 
Geen toeval dat de Poolse boksers het een pak verder schoppen dan de voetballers. De Polen zijn dan ook een fysiek ingesteld volk, mogelijk omdat zowel Hitler als Stalin hun uiterste best hebben gedaan om al wat intellecueel valabel was op te kuisen. Een Poolse man schijnt zijn liefje dan ook veelal eerder in een houdgreep dan in een innige omhelzing te houden. Eigenaardig genoeg is publiek kussen blijkbaar niet bepaald in de mode in Polen, jammer, want niet enkel de mannen zijn fysiek ingesteld … alhoewel één van ons hoog bij laag beweerde dat de Poolse vrouwen zelfs nog een stukje van de legendarische Russische schoonheid verwijderd zijn, grootspraak natuulijk. Na twee dagen Warshau namen we de trein naar Krakow. 
Krakow, de ‘parel van het Oosten’, kon echter buiten haar immense grote cenrtrale plein en uitstekend nachtleven, niet bepaald imponeren. Vlakbij deze navel van de Oost-europese cultuur ligt echter het toppunt van de West-Europese barbarij, Auschwitz en Birkenau. Ironisch genoeg bleek de makkelijkste weg hiernaartoe te lopen via een (enkel) ticket met de trein. Wie deze plek bezocht heeft, kan onmogelijk begrijpen dat sommigen het aandurven het bestaan van deze uitroeingskampen te ontkennen. Onbegrijpelijk ook dat bepaalde van de leiders van dit kamp nooit veroordeeld werden en ‘in hun slaap’ stierven aan hun zwembad in Zuid-Amerika. Na nog een bezoek aan de zoutmijnen in de buurt die ooit 1/4 van het BNP van Polen voor hun rekening namen en waar honderd meter onder de grond in het zout een ware kerk werd uitgehouwen, reisden we door naar Zakopane, gelegen aan de rand van het Tatra gebergte. Om van het station tot aan ons chaletje te geraken, propten we ons met 4 + baggage in (en op) een FIAT POLSKI, haast kleiner als een mini en om begrijpelijke redenen door Polen zelf ‘de rijdende doodskist’  genoemd. Levend bereikten we onze chalet, waar we door de huisbazin prompt werden omgedoopt tot ‘Bronek, Bartek, Janek en Pjotr’. Onmiddellijk na ons doopsel, lieten we ons zoals zo vaak door onze maag leiden en kochten we het hele kraam van een kiekenmarchant leeg, tot en met de laatste augurk en pistolet, hetgeen de ingrediënten bleken te zijn voor ons beste maal op Poolse bodem, een maal dat werd afgesloten met een wodka. 
Hierbij toonden we dat we onze Poolse namen niet gestolen hadden, elk maal werd foutloos afgesloten met een fels wodka waarbij voor het drinken steevast ‘naz drowie’ gemompeld werd en na het drinken rechtgestaan ‘om de wodka te doen zakken’. Het is dan ook geen toeval dat bordjes met “stomatologia” quasi op elke Poolse straathoek zijn terug te vinden. Na een kleine drie dagen wat te hebben gevoetbald, gemountainbiked, geparaglided en met ‘Vladek’ wat gelameerd  te hebben over de jaren onder het communisme, verlieten we per nachttrein Polen voor Budapest. Budapest heeft weliswaar een onwaarschijnlijk verleden en dito nachtleven, maar het wild inplanten van hotelblokken, het feit dat geen enkele milimeter verkeersvrij is en de noodzaak om langdurig ‘in te praten’ op een opdringerige tramcontroleur, zorgden ervoor dat we na een dag vluchtten in een Turks bad. Midden in het stadcentrum, een oase aan rust, buitenzwembad met golfslag, binnen een zitbad (40°) haast ingebouwd in wat evengoed zou kunnen doorgaan als een kathedraal, binnenbad voor de bejaarden met opgelegde zwemrichting, zitbaden (44°), stoomkamer, zitbad (5° !, zalig) en sauna. 
Eén van de vier probeerde ook nog de massage uit, naar het schijnt de ‘moeite’ waard. We wisten enkel nog een babbeltje met de oude Socrates om het plaatje compleet te maken. Na goed twee weken vloog Bartek terug naar België en de resterende drie naar Dubrovnik, in het uiterste Zuiden van Kroatië, weliswaar nadat we eerst uit het vliegtuig werden gezet omdat een waterleiding het begeven had en het vliegtuig deels onder water was komen te staan … Dubrovnik was een verademing na het doorgedreven cityhoppen van de voorbije twee weken, een klein Venetië te midden van een kustlijn die de embryo-uitvoering is van de Zuidafrikaanse Westkaap aan een zee die zo transparant is dat de zeilboten hun schaduw op de zeebodem kunnen zien. Hier hebben we ons dan ook haast roerloos in de zon afgekapt, hetgeen één van de resterende drie tevens de bijnaam ‘die Spatierende Bradwurst’ opleverde. 
Hier beleefden we onze vakantie in haar ware betekenis, zijnde ‘vacare’, leegmaken. Kroatië is dan ook de ideale streek om op hoogbejaarde leeftijd naar toe te trekken om gewoon oud te worden. Jammer genoeg trekt deze streek een navenant aantal toeristen, veelal (luidruchtige) Italianen. Op één van de eilanden die we nog bezochten, irriteerden deze specimens ons zelfs meer dan de kwal (letterlijk) die mij enkele dagen eerder te grazen nam. Italianen zijn immers op een heel andere wijze fysiek als de Polen. Ik hou van Italië, haar steden, haar platteland, haar klimaat en cultuur, iets minder van haar volk en nog minder wanneer ze buiten Italië zijn. Een zeventigjarige Italiaan die haast met een strandstoel smijt omdat wij die even bezet hielden, every day life. Wel dient gezegd dat een Kroaat alle Italianen de broek afdeed door aan twee Australische meisjes te vragen van zijn spieren een foto te nemen, en daarna een tweede foto te eisen omdat de eerste niet geheel naar zijn zin was. Na een kleine week staken we dan toch de Adriatische Zee over via Spilt en Ancona om te belanden in Bari, de aars van Italië, waar met Italiaanse stiptheid onze vlucht op ons wachtte …

Print Print

Geef een reactie




Reageren?

About

Over deze Blog

We mogen hierbij niet enkel naar de dingen kijken zoals ze zijn en ons afvragen: waarom? Het is hoog tijd om nieuwe ideeen te lanceren en ons af te vragen: waarom niet?

Peter’s Twitter
 
RSS