“You don’t know yourself until you’ve been in a fight”

Het “Smells like teen spirit (Nirvana)” van de films, dat is wat Fight Club is voor mijn generatie: een cultfilm ‘pur sang’.

Fight Club draait rond het ordinaire leven van Jack (Edward Norton). Hij is verzekeringscontroleur, alleenstaand, overwerkt en doet zijn vrije tijd en geld op aan het inrichten van zijn appartement met alleen maar IKEA-meubelen. Jack is een grijze muis te midden van de ratrace van het leven in NY. Jack is ‘mister nobody’. Maar hij heeft wel één niet gewone hobby, hij bezoekt zelfhulpgroepen waar hij niet thuishoort, bv. voor teelbalkankerpatiënten. Deze bezoekjes lijken op eigenaardige wijze te helpen tegen zijn immer sluimerende depressie.

Deze bezoekjes geven je al een hint over het probleem waar Jack mee worstelt. Jack staat symbool voor de moderne mens. De moderne mens leidt een geregeld en dus saai leven (van luchthaven naar luchthaven). Hij volgt gedwee de etiquette (Ikea). Jack mijdt ook elk risico in zijn leven: hij is niet gehuwd en werkt voor een verzekeringsmaatschappij … Jack weet niet wat moeilijk is. Jack (en dus de moderne mens) is risico-avers. Bang om niet in de pas te lopen. Bang van een uitdaging. Jack is bang. Hij weet niet wat pijn is. Paradoxaal genoeg is dit leventje waar velen voor zouden tekenen, de reden waarom hij in een identiteitscrisis sukkelt. Jack is een kopie van alle andere mensen in NY. Wat maakt hem anders dan de anderen, wat maakt hem Jack en niet Piet of Pol? Zijn leven is te makkelijk. Depatiënten in de zelfhulpgroepen weten wel wat pijn is.

Jack klaagt over het feit dat alles in zijn leven bestaat uit “single portions”, weggooibare bestek, zout uit papieren zakje, een kort gesprek met een vreemde in het vliegtuig. Voor Jack is alles consumeerbaar, wegwerpbaar, ook relaties. Marla – zijn latere lief – heeft een nieuwe jurk gekocht en zegt hierover, “It’s a bridesmaid’s dress. Someone loved it intensely for one day. Then, tossed it . . . like a Christmas tress. So special, then bam–it’s on the side of the road”.

En dan ontmoet hij Tyler Durden (Brad Pitt). Tyler is alles wat Jack niet is. En toch, de conclusie van de film is: Tyler is de échte Jack. Tyler spelt Jack de les: “the things you owe, wil end up owing you”. Jack is niet zichzelf, Jack is louter een verlengstuk van zijn bezit.

Hier wordt Fight Club een cultfilm, “An entire generation pumping gas, waiting tables: slaves with white collars. Advertising has us chasing car and clothes, working jobs we hate so we can buy sh** we don’t need. We have no great war. No great depression. Our great war’s a spiritual war. Our great depression is our lives.” Fight Club wil een vuistslag zijn voor onze hedendaagse waardenpatroon:  materialisme en conformisme. Dé taboes van mijn tijd moeten eraan. Hét taboe van mijn generatie is pijn en lijden. “Jij bent OK, ik ben OK, we zijn allemaal OK”, is de titel van een wereldberoemd boek dat op hetzelfde generatie-probleem wijst. Onze generatie groeit op zonder oorlog, zonder God en met een stevige financiële erfenis. Ons leven is té makkelijk. Fight Club wil heilige huisjes platslaan. De drang om er perfect uit te zien, wordt letterlijk tot pulp geslagen. De drang om te bezitten, opgeblazen.

Tyler wil Jack veranderen. En wie een ommelet wil maken, die moet eieren breken. Tyler blaast het appartement van Jack op. De verzekering weigert te betalen, de brand is immers aangestoken … Jack trekt bij Tyler in, onder het motto “It’s only after we’ve lost everything, that we’re free to do anything”.

Op een blauwe maandagavond verlaten beide dronken een bar, buiten vraagt Tyler Jack hem te slaan. Jack weigert, maar slaat dan toch. Niet hard genoeg, volgens Tyler en hij slaat terug. Tyler is de oude Jack letterlijk en figuurlijk aan het slopen. Het “ei” wordt gebroken. Na Jack een goed pak slaag te hebben gegeven, zegt Tyler, “You’re one step closer to hitting bottom. Congratulations.

Maar tegelijkertijd, wordt de nieuwe Jack gevormd. Het is door de totale onthechting van bezit en door met meest directe contact met wat we werkelijk zijn – vlees en bloed – dat we onszelf mens voelen, ons een identiteit kunnen schoppen. Daarom richt Tyler Fight Club op. Onder het credo “You don’t know yourself, until you’ve been in a fight”. Het is pas door een diamant te breken dat hij kan schitteren.

Doorheen pijn, doorheen lijden, ontdekken pas werkelijk onszelf. Het is door onze grenzen te verleggen dat we geconfronteerd worden met wie we echt zijn. Het is door de vrijheid die we hebben echt te benutten, dat we onszelf ontdekken, met het risico dat we wel eens buiten de lijntjes kleuren. Het is pas door de leeuw bij zijn staart te trekken, dat men zijn ware aard leert kennen.

Jack beseft aanvankelijk niet waarom al dat fysiek geweld nu echt nodig is. Om dit duidelijk te maken, overvalt Tyler een winkelbediende en steekt een pistool in de man zijn mond. Pas na heel lang laat hij de man lopen, en zegt tegen Jack “tomorrow he will have the best breakfast of his life”. Woorden vermogen niet wat daden wel kunnen. Wanneer Jack aan Tyler vraagt tegen wie hij het allerliefst ooit zou vechten, zegt Tyler: Hemingway. Hemingway schreef ooit in een boek dat hij signeerde “d’abord il faut durer”: om te schrijven moet je het eerst veel zelf ervaren en meemaken. Daarom ook dat het niet voldoende is voor Tyler om tegen Jack enkel te zeggen dat hij niet zo bezitterig mag zijn, Jack moet het ook ervaren en het pak slaag. Door de bijtelslagen van het leven wordt uit een ruwe boomstronk een beeld tevoorschijn gehaald waarvan men de schoonheid niet kon vermoeden. “A guy came to Fight Club for the first time, his ass was a wad of cookie dough. After a few weeks, he was carved out of wood.” Een bloem bloeit nergens beter dan temidden van een berg mest, dat is wat Tyler wil zeggen.

Naargelang de film vordert, blijkt dat Jack eigenlijk schizofreen is. Tyler bestaat helemaal niet. Tyler is het alter ego van Jack. Wanneer Jack slaapt, is Tyler actief. Dé vraag is echter, wie is echt? Tyler of Jack? Tyler zegt tegen Jack “I am you; I am your dream, everybody has a dream, you’re the only one able to actually realise your dream”.

Tyler wil ‘s nachts – wan”neer de wolkenkrabbers in New York geheel verlaten zijn – de financiële centra opblazen (project Mayhem”). Jack wil hem stoppen. De strijd tussen wie de echte mens in Jack is – of is het nu Tyler? – is begonnen.

Tyler blaast New York op met explosieven gemaakt uit vet. Vet dat hij verzamelde uit vuilbakken aan ziekenhuizen waar men liposucties uitvoert. Tyler blaast dus het hart van een beschaving (de financiële centra) op met een symbool van hét taboe van onze generatie: een beetje te dik zijn, is al voldoende om zich slecht te voelen in zijn vel. Hoe lossen we dit op? Niet door te zweten en moeite te doen, maar ze kopen het gewoon af door een chirurgische ingreep, een liposuctie (pijnloos en niet duurzaam).

Volgens de wetenschap duurt het maar 50 jaar vooraleer de natuur een stad als New York weer geheel kan heroveren. Dit is ook de bottom line van de film. Zelfs niet de pletwals van onze consumptiemaatschappij kan die onpletbare kern van wat ons echt mens maakt ooit kapot krijgen. ‘Chassez le naturel, et il revient au galop’.

Print Print

Geef een reactie




Reageren?

About

Over deze Blog

We mogen hierbij niet enkel naar de dingen kijken zoals ze zijn en ons afvragen: waarom? Het is hoog tijd om nieuwe ideeen te lanceren en ons af te vragen: waarom niet?

Peter’s Twitter
 
RSS