‘Voegen we straks prozac toe aan het leidingwater?’

Knack gaf een jongere van CD&V, VLD, SP.a, Groen! en N-VA de kans uiteen te zetten wat er in hun burgermanifest zou staan indien zij er zelf een zouden mogen opstellen.

Het manifest van Peter Van Rompuy

Hij is de zoon van zijn vader, en vindt dat ook zijn partij een erfelijk voordeel heeft. Peter Van Rompuy over het einde van het positief individualisme. ‘Sterke gemeenschappen brengen sterke individuen voort, niet omgekeerd.’

‘Er breekt een nieuw tijdperk aan voor de christendemocratie. De afgelopen vijftig jaar zijn we een deel van ons electoraat kwijtgespeeld, mede omdat de andere partijen ons gevolgd zijn. Sinds de val van de Muur is haast iedereen het bijvoorbeeld eens over de sociale vrije markteconomie. Wij hebben op die sociaaleconomische as altijd al in het midden gezeten, en nu is dat inderdaad het succesverhaal gebleken. Meer dan ooit. De grote verschillen tussen politieke stromingen zullen niet meer gemaakt worden op het economische vlak. Iedereen is het wel ongeveer eens over een efficiënt niveau van taxatie, over de organisatie van de arbeidsmarkt, over het belang van levenslang leren, enzovoort. Ik denk dat wij in België langzamerhand een consensus zullen krijgen: het model waar wij naartoe moeten, is dat van de Scandinavische landen.

Het cement van de macht is weg. Al die mechanismen van de macht die ons altijd bij elkaar hielden, zijn verdwenen. Bovenop die sociaaleconomische consensus geeft ook dát ons de gelegenheid om als christendemocraten onze ideologie aan te passen aan deze tijd. Daar zijn we trouwens volop mee bezig, op alle niveaus. Als de liberalen denken dat ze ons kunnen vastrijden in een inhoudelijk debat, dan mogen ze mij een lol doen en dat debat zo snel mogelijk in een zo hoog mogelijke versnelling duwen. Wij zijn er klaar voor. Ik vraag mij trouwens af of het inhoudelijke debat nu alleen maar even wordt aangezwengeld omwille van het nieuwe burgermanifest van Guy Verhofstadt. Is het een tijdelijke opflakkering of staat de inhoud echt weer op het voorplan? Ik hoop het laatste. Nu, ik zou in mijn manifest vooral op een heel persoonlijke manier willen vooruitkijken: waar ligt volgens mij de toekomst van de christendemocratie?
Het nieuwe toverwoord is innovatie. Dat is mijn vertrekpunt. Wie wil innoveren, moet vernieuwen, zijn grenzen verleggen, risico’s nemen. En blijkbaar zijn er nog maar weinig mensen bereid om dat te doen. Vlaanderen heeft een tekort aan ondernemersschap. Uit onderzoek blijkt dat de meeste jongeren dromen van een zekere job bij de staat. En hoe komt dat? Volgens de liberalen heeft het te maken met een gebrek aan durfkapitaal. Wel, ik ben ervan overtuigd dat ze de bal volkomen mis­slaan, dat ze het punt helemaal niet begrepen hebben.

We moeten de economie leren bekijken vanuit een menselijk perspectief. Waarom nemen mensen kennelijk liever geen risico’s meer? Omdat er iets aan de hand is met ons sociale weefsel. Denk ook aan de groeiende eenzaamheid in onze samenleving. Aan de vele depressies, de vele zelfmoorden. Dat wijst allemaal op een tekort aan zekerheid, een tekort aan welzijn. Tegelijk zie je dat veel mensen op zoek zijn naar zingeving. Daar bevindt zich voor de christendemocraten een nieuwe politieke niche. Niet in de sociaaleconomische hoek, ook niet in de hoek van de zware ethische thema’s, maar wel in het gebied daartussenin: alles wat te maken heeft met immateriële waarden, met welzijn.
Het welzijn zal belangrijk worden voor de welvaart, omdat ons welzijn onze welvaart in hoge mate mee bepaalt. Zelfs de toch bijzonder liberale econoom Paul De Grauwe zegt het: we moeten niet meer gaan voor meer groei, maar voor meer geluk. Ons inkomen is de laatste der­tig jaar verdrievoudigd, maar ons geluksniveau is al vijftig jaar stabiel. En als mensen zich niet lekker voelen, functioneert ons systeem niet meer. De Grauwe geeft zelf het voorbeeld van de toplonen die sommige managers verdienen. Veel mensen vinden die lonen onrechtvaardig hoog, en zijn daarom veel minder be­reid om mee te stappen in een economisch systeem dat zulke lonen voortbrengt. Dat soort compleet immateriële factoren zullen steeds belangrijker worden. Voor we be­reid zijn om hard te werken, moeten we eerst geloven in het systeem.

Iedereen kent het verhaal van de taart. De liberalen zeggen: wij de taart voor iedereen zo groot mogelijk maken. De socialisten zeggen: wij willen de taart gelijk verdelen. Maar aangezien over die recepten nogal wat eensgezindheid heerst, moeten we vandaag andere vragen stellen. Waarom zijn we eigenlijk taart aan het eten? Wie zit er mee aan tafel? Wanneer gaan we eten? En hoe gaan we dat doen? Maken we er een gezellige middag van? Of neemt iedereen een stuk taart mee naar zijn kamer? Dát zijn de vragen van de toekomst.

Gevoelens worden belangrijk, ook voor economen. The Economist schreef het onlangs: Economy is discovering its feelings. Gevoelens, hearts and minds: wat vroeger softe waarden waren, zijn nu voor economen harde, relevante gegevens. De Britse econoom Richard Layard wijst erop dat meer mensen thuis zitten omdat ze depressief zijn dan omdat ze geen job vinden. Geestelijke gezondheid is van economisch belang geworden. Voor christendemocraten is dat goed nieuws, want het past in onze traditie. We hebben als het ware een erfelijk voordeel op dat vlak. En de meest evenwichtige visie. Ik heb Steve Stevaert ooit horen zeggen dat we als remedie voor het hoge aantal depressies het bezoek aan een psycholoog terugbetaalbaar moesten maken. Met alle respect, maar wie zoiets zegt, slaat de bal volkomen mis. Waar moet dat uitmonden? Straks Prozac in het leidingwater?

Levenskwaliteit moet onze troef worden. Ik vind mijn inspiratie ook bij iemand als Richard Florida, de Amerikaanse econoom die zegt dat steden niet alleen moeten zorgen dat de belastingen niet te hoog zijn, maar ook dat het er aangenaam leven is. Premier Verhofstadt is ooit de wereld rondgereisd om reclame te maken voor onze notionele intrestaftrek, om zo investeerders aan te trekken. Maar een regio met een hoge levenskwaliteit trekt straks vanzelf toppers en investeerders en creatieve mensen aan. Bedrijven zullen daar ook steeds meer rekening mee houden voor ze beslissen om ergens te investeren. Hoe is de quality of life daar?

Maar kan de politiek hier nog wel het verschil maken? Dat is natuurlijk een cruciale vraag. De overheid kan het probleem van de eenzaamheid niet oplossen, kan geen depressies voorkomen of genezen. De politieke impact op onze gevoelswereld is natuurlijk veel kleiner dan die op onze materiële omstandigheden. Dus naarmate het belang van het inwendige toeneemt, neemt het belang van de politiek af. De kunst zal erin bestaan om veel aandacht te besteden aan gemeenschapsvorming. Op dat vlak heeft de christendemocratie voelsprieten die anderen niet hebben.

Als Guy Verhofstadt pleit voor ‘positief individualisme’ en tegen ‘groepsdenken’, leeft hij in het verleden. We hebben niet minder, maar méér groepsdenken nodig. Want net door het groepsdenken wordt een echte multiculturele samenleving mogelijk. Het zijn vooral sterke groepen die zich met zelfvertrouwen open opstellen naar andere groepen toe en wederzijds hun verantwoordelijkheid opnemen om het samen-leven te doen slagen. Enkel zo kunnen we extreem groepsdenken vermijden. Sterke gemeenschappen brengen sterke individuen voort, niet omgekeerd. Als ik alles zou moeten teruggeven wat ik van anderen gekregen heb, zou er van mij niet veel overblijven. Ik heb geen recept of toverwoord, maar ik weet wel dat politici steeds meer zorg zullen moeten besteden aan de versterking van een gezond middenveld. Als ik denk aan een generatiepact, dan gaat dat voor mij niet alleen over de betaalbaarheid van de pensioenen, maar ook over kangoeroewonen, over veiligheid en mobiliteit in de stad, en zeker ook over een verenigingsleven dat eenzaamheid bij senioren kan tegengaan.

Dat is een essentieel verschil met de liberalen. Die zéggen wel dat ze naar het middenveld willen luisteren, maar tegelijk doen ze er alles aan om dat middenveld zijn invloed te beperken. Mijn verhaal is net omgekeerd. Het middenveld moet een gat invullen dat alsmaar groter wordt, een gat dat wij als politici nooit zullen kunnen dichtrijden. Wat wij kunnen doen, is alle mogelijke groeperingen in dat middenveld zo goed mogelijk ondersteunen: van de scouts tot de vakbonden tot de religieuze tradities en kerken. In dat opzicht vind ik het zeer jammer dat de Moslimexecutieve zich de laatste tijd zo onmogelijk heeft gemaakt, want het is belangrijk dat we een gesprekspartner hebben. Religies moeten spreken. Soms hebben ze ongelijk, maar ze moeten wel spreken. Op een transparante manier deelnemen aan het debat.

Hoe dan ook zit het met de ‘C’ in onze naam helemaal goed. De ‘c’ wijst op een traditie die duizenden jaren oud is, wijst op het belang van zingeving en menselijkheid, het belang van de ander, van gedeelde normen en waarden. Let op mijn woorden: de CD&V wordt de komende jaren de meest vooruitstrevende en vernieuwende partij van Vlaanderen.

Tot slot: politieke moed is helaas schaars geworden. Er bestaan nog altijd een aantal taboes, waarover onze paarse ministers niet duidelijk durven te zijn. Dat iedereen langer zal moeten gaan werken, daar hoeven we bijvoorbeeld niet flauw over te doen. Ik zeg niet dat de CD&V de moed in pacht heeft, maar paars is vandaag alleszins niet moedig. Ik zou persoonlijk liever zien dat onze beleidsmakers het voorbeeld volgen van mensen zoals de Nederlandse premier Jan-Peter Balkenende of de Duitse bondskanselier Angela Merkel, die wel de moed hebben gehad om duidelijke keuzes te maken, en dat van tevoren ook te zéggen. Wie prijs stelt op politieke moed, goed bestuur en betrouwbaarheid, moet zeker voor de CD&V stemmen, want als paars maar één zetel op overschot heeft, zullen ze doorgaan. Dat staat vast.

En wat er overblijft van deze visie na de economische crisis van september 2008, lees je in mijn eerste column voor Knack: Shift Happens!

Print Print

Geef een reactie




Reacties

  1. Ondernemerschap en werkdruk | Peter Van Rompuy blog says:

    [...] exact twee jaar geleden gaf ik een interview voor Knack (‘Voegen we straks Prozac toe aan het leidingwater?’), toen nog voor de economische crisis, maar vertrekkende vanuit dezelfde overtuiging. Deel deze [...]

About

Over deze Blog

We mogen hierbij niet enkel naar de dingen kijken zoals ze zijn en ons afvragen: waarom? Het is hoog tijd om nieuwe ideeen te lanceren en ons af te vragen: waarom niet?

Peter’s Twitter
 
RSS